Moderna

Klik hier voor de bijsluiter.
Klik hier voor de 'Vaccin in het kort' info-sheet.

Het vaccin Moderna Het COVID-19 Vaccin Moderna beschermt tegen ziekte door het coronavirus. Het is bestemd voor volwassenen (van 18 jaar en ouder) en helpt het afweersysteem van uw lichaam om COVID-19 te voorkomen.
Van dit vaccin heeft u 2 vaccinaties nodig om goed beschermd te zijn tegen het coronavirus, waarbij de tweede prik 28 dagen na de eerste prik gegeven wordt. Vanaf 14 dagen na de tweede vaccinatie bent u beschermd tegen het coronavirus.

Hoe werkt het?

Dit vaccin is een zogenoemd mRNA-vaccin. Het brengt heel kleine vetbolletjes in het lichaam met een stukje genetische code (mRNA) zoals in het virus aanwezig is. Dit mRNA wordt in het lichaam omgezet in spikeproteïnen, een eiwit van het virus. De stukjes van dit eiwit worden hiermee zichtbaar voor de afweercellen in het lichaam, die vervolgens antistoffen aanmaken die het virus herkennen bij een besmetting. Als iemand daarna in aanraking komt met het coronavirus wordt het virus onschadelijk gemaakt. Het vaccin wordt op natuurlijke wijze door het lichaam weer afgebroken.

Uit de eerste onderzoeken blijkt dat dit vaccin de kans op COVID-19 met 94% verlaagt. Dit betekent statistisch gezien dat van de 100 mensen die zonder vaccin COVID-19 zouden krijgen, er na vaccinatie nog maar 6 mensen COVID-19 krijgen.
  • U mag autorijden als u dit vaccin heeft gehad. Rijd geen auto als u last heeft van bijwerkingen zoals moe zijn.
  • Bent u zwanger? Het is niet voldoende bekend of dit vaccin veilig is voor de baby in uw buik. Advies RIVM: stel de vaccinatie uit tot na de zwangerschap.

Belangrijkste bijwerkingen

    Net zoals bij andere vaccins kunt u last krijgen van bijwerkingen. Dit komt omdat het vaccin ervoor zorgt dat de afweer van uw lichaam gaat werken. Afweer zorgt voor bescherming tegen het coronavirus.
    Uit onderzoeken zijn de volgende meest voorkomende bijwerkingen bekend:
  • Pijn op de plek van de prik (92%).
  • Moe zijn (70%).
  • Hoofdpijn (65%).
  • Spierpijn (62%).
  • Pijn in gewrichten (46%).
  • Rillingen (45%).
  • Misselijk zijn en overgeven (23%).
  • Pijnlijke en dikke lymfeklieren onder de oksel (20%).

Zie ook